in Zijn kracht

40 dagen zonder smartphone – vasten, is dat niet Rooms?

Morgen is het zover: de eerste dag van de veertigdagentijd en dus de eerste dag dat ik offline ben.

Veertigdagentijd, wat is dat?
De zeven weken voorafgaand aan Pasen worden ook wel de lijdensweken genoemd. In de kerk wordt er bijvoorbeeld gericht aandacht besteed aan het leven van Jezus op aarde, Zijn lijden en Zijn sterven.
Het begrip ‘veertigdagentijd’ als vastentijd heeft Rooms-Katholieke wortels. Deze tijd – die loopt van Aswoensdag tot Pasen – is een periode van 40 dagen waarin wordt gevast als een tijd van inkeer en verootmoediging. (Deze periode beslaat in feite 46 dagen, maar de zondagen worden als feestdagen niet meegerekend.)

Vasten!?
Maar, zal je misschien denken: Je kunt toch niet op je eigen ‘goede werken’ gaan vertrouwen!? Is het een vorm van zelfkastijding? Denk ik er iets mee te verdienen? Zo denken is toch Rooms!?

Laat ik één ding voorop stellen: dit vasten is niet om er iets mee te verdienen! In dat geval zou je zelfs kunnen spreken van afgoderij. Ik zou dan namelijk naast God iets anders hebben waar ik mijn vertrouwen op stel (Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 95). Namelijk mijn eigen daden, vasten, het mezelf iets onthouden.

Nee, ik wil mijn vertrouwen niet op mijzelf vestigen en ook moeten míjn daden in deze weken niet in het middelpunt van de belangstelling staan, maar Gods daden: Christus’ werk.

Maar, als het dan allemaal niet uitmaakt, niets toevoegt. Waarom zou ik dan 40 (46) dagen offline gaan?

Waarom dan?
In deze tijd van mobiele communicatie is een smartphone niet meer weg te denken in ons leven. We worden er mee wakker en vallen er mee in slaap. Zodra er een melding verschijnt, weten we niet hoe snel we even moeten kijken. Op een schakelmoment tussen twee activiteiten checken we standaard even onze telefoon op berichtjes of nieuwe posts en je smartphone is toch zéker wel onderdeel van je checklist voor je de deur uitstapt.
Meer dan eens gebeurt het dat ik mijn telefoon pak en ‘m later wegleg dan ik zou willen. Je moet toegeven: ik ben daar echt niet de enige in.
Kostbare tijd, aandacht en energie worden opgeslokt en ondertussen vragen we ons allemaal af waarom we zo druk zijn…? Nooit rust, nooit niks, want we staan altijd ‘aan’, net als die beruchte smartphone.

Stille tijd
Zoals je wellicht weet, kies ik er sinds zo’n anderhalf jaar voor om mijn telefoon ’s ochtends buiten bereik te laten liggen tot ná mijn stille tijd en ontbijt. Ik wil niet dat mijn smartphone het eerste op een dag is waar mijn aandacht naar uitgaat. Zoals de dichter van psalm 63 zingt:

“O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen;
mijn ziel dorst naar U,
mijn lichaam verlangt naar U
in een land, dor en dorstig, zonder water.”
Psalm 63:2

Zo is het mijn verlangen om tot God te bidden en in Zijn woord te lezen aan het begin van de dag. Die tijd is nooit verspilde tijd!

Lijdenstijd
In de Protestantse opvatting is de lijdenstijd geen vasten-tijd, maar een periode waarin de verkondiging van het kruisevangelie centraal staat. Het gaat er voor mij dan ook niet zozeer om: ‘wat-niet?’ maar: ‘wat-wél?’.

Afgelopen zondag (de eerste lijdenszondag) ben ik begonnen in het boek “Borgtocht” van ds. C.G. Vreugdenhil. Dit boek neemt mij mee in de Bijbel vanaf de eerste lijdensaankondiging tot aan het sterven van Christus. Voor iedere dag een overdenking die aansluit bij een gedeelte uit het evangelie.

Niet vullen, maar voeden.
Daarnaast wil ik in deze tijd mijn hart en gedachten niet ‘vullen’ met mijn smartphone, maar laten ‘voeden’ door Gods woord. Ik vul mijn gedachten zo makkelijk met alles wat mij hier op aarde bezighoudt.
Er is veel wat mijn aandacht vraagt en juist déze tijd vraagt om houvast – in het zoeken van God en omgang met Hem vinden.

Gods verborgen omgang vinden
zielen, waar Zijn vrees in woont;
’t Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden,
naar Zijn vreêverbond, getoond.
d’ Ogen houdt mijn stil gemoed
opwaarts, om op God te letten;
Hij, die trouw is, zal mijn voet
voeren uit der bozen netten.
Psalm 25:7

En dat alles niet om er zelf iets mee te worden. Maar die stille afhankelijkheid leer ik niet als ik gehaast aan Hem voorbij leef.
Als ik altijd ‘aan sta’, druk ben en maar voorthol is de kans groot dat ik de dingen van de week mee Gods huis inneem, in plaats van dat ik de dingen van God mee de week inneem (zoals iemand die ik laatst sprak zo mooi verwoordde).

Met een volkomen hart
Een aantal weken geleden leerde ik volgens de weektekst van Sara-Maria de volgende Bijbeltekst:

“Want de ogen van de HEERE trekken over de hele aarde,
om Zich sterk te bewijzen aan hen
van wie het hart volkomen is met Hem.”
– 2 Kronieken 16:9

En nogmaals: het gaat mij er niet om iets te verdienen, maar ik wil mijn leven heiligen uit liefde voor Hem. Ik wil leven als iemand ‘van wie het hart volkomen is met Hem‘.
Dát is mijn verlangen.
Niet tot mijn eer, maar tot Zijn eer.
Niet in eigen kracht, maar in Zijn kracht.
In mijn eigen kracht zal ik dit nooit kunnen, daar loop ik steeds weer tegenaan. En toch is dat geen excuus om maar mijn eigen gang te blijven gaan. Ik wil leven tot Gods eer, in Zijn kracht.

En dat is ook de reden waarom ik ervoor kies om even afstand te nemen van alles wat mij hier zo bindt. Zodat er niets is ‘waarop’ of ‘op wie’ ik mijn vertrouwen stel in plaats van of naast Christus.
Maar dat ik Hem mag zoeken, terwijl Hij te vinden is (Jes. 55:6).
Hij, de énige Troost, beide in leven en in sterven.
Zoals de opstellers van de Heidelbergse Catechismus zo mooi verwoord hebben in zondag 1:

Wat is uw enige troost, beide in het leven en sterven?
Dat ik met lichaam en ziel,
beide in het leven en sterven,
niet mijn,
maar mijn getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben,
Die met Zijn dierbaar bloed
voor al mijn zonden volkomen betaald
en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft
en alzo bewaart,
dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan;
ja ook, dat mij ook alle ding tot mijn zaligheid dienen moet;
waarom Hij mij ook door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert,
en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt.

Dát bid ik u/jou ook toe, dat jij dit van harte mee mag zeggen.

Ik wens je een gezegende tijd!

~ Annemieke

Lees ook eerdere blogs over dit thema:

Geef een reactie